Red een portret

By | 4 april, 2013

Sandra-nummer-1-010164034361Op 4 april j.l. vond in het Stadsarchief Amsterdam een grote benefiet plaats ten bate van de nalatenschap van Fotostudio Merkelbbach. De column die ik er voor mocht dragen vind je hier. Zie ook www.redeenportret.nl en www.erwinolaf.com.

Een dierbaar ongemak

,,Jongens, allemaal even kijken nou. Hé! Kijken. Schat, doe jij eens een stap naar links. Nog een. Nog een – ho! Ja zo goed. Hans? Niet weglopen. En kan die zonnebril echt niet even af? Daar kom ik jongens, één, twee… say cheeese!

Weet u het nog, familiefoto’s?

Het gedoe, het wachten, de zenuwen op het moment suprême, de onuitstaanbare bazigheid van de fotograaf?

En dan moest het ergste nog komen, een paar weken later, mits camera en rolletje de reis doorstaan hadden en de boel niet vochtig, over-  of onderbelicht bleek: het huiverend, vloekend, gierend bekijken en keuren van de resultaten. ,,Wat ben ík hier lelijk. Die witte dijen!” ,,Moet je kijken, papa’s haar!”

Voor photo approval, zoals filmsterren, politici en andere ijdele lieden die eisen, was het te laat. Daar lag je, in al je onflatteuze vakantieglorie. En de fotograaf vond het altijd meevallen. Niks mis mee, ze konden zo het album in. Voor de allerergste foto’s was de enige oplossing om ze stiekem uit het gele mapje te vissen en ze te verscheuren. Maar die albums, ja, die bladerde je oeverloos door. En dat doe je nog steeds. Per vakantie zo’n dertig foto’s, en hoe langer geleden, des te zorgelozer droom je erbij weg.

Dit familieportret is van 1967, de nadagen van Studio Merkelbach. Twee jaar later zal Mies zich genoodzaakt zien om de zaak wegens gebrek aan klandizie op te doeken, nu dresseert en componeert ze nog even naar hartelust.

Was deze foto een opdracht van pa? Of is het een cadeau van kinderen voor hun ouders, betaald uit de prille salarissen van de jonge man en vrouw links? Lastig. Twintigers van toen zien eruit als veertigers van nu.

 

 

 

 

Zes jaar eerder, 1961. De familie de Vries staat en zit er een stuk vrolijker bij: trots, netjes maar vlot gekleed, de meisjes met modieuze rolkapsels. De enige onwillige is pa. Als directeur van zijn eigen handelsmaatschappij heeft hij zichtbare moeite om ongedwongen richting fotograaf te kijken – een vrouw ook nog, die hij voor deze ene keer achter het stuur moet tolereren.

 

 

 

Ook vader De Koning, schuin gebogen over zijn nuclear family anno 1948, poseert niet van harte. In zijn beste pak, het resterende haar dik in de pommade, trekt hij wel zijn mondhoeken omhoog, maar het lijkt nog niet op een glimlach. Zijn gezicht staat op donderhumeur. Nee, dan moeder: zij stráált. In geen tijden heeft ze zich zo begeerd, zo gezien gevoeld. Wat zei de toen 44-jarige Mies Merkelbach tegen haar? Of was het Bobby, de man van Mies? Met welke aanmoedigingen kusten zij de Vrouw in mevrouw wakker uit haar huwelijksslaap?

Nog verrassender is deze foto van de familie Jonker uit 1918. We zien alle vaste elementen van een vroeg familieportret: de matrozenkraagjes, de platgekamde glimhaartjes, het zakhorloge plus hoera-snor van papa…

Maar kijk eens naar mama. Daar zit een stille furie, een femme fatale in moedersvermomming. Johan Merkelbach moet haar met een paar trefzekere complimentjes ontdooid hebben, gesterkt als ze al was door de nabijheid van modehuis Hirsch op het Leidseplein, waar de studio immers boven lag. Misschien had ze net een paar jurken en hoeden gezien waarvan ze wist hoe mooi ze haar zouden maken – een kwestie van man lief aankijken en terugkeren met zijn dikke beurs. Of was ze al vaste klant bij Hirsch, en had ze zich net iets nieuws aangeschaft? Voor haar was dit hoe dan ook een droomlocatie.

We weten allemaal wat er de afgelopen twintig jaar met fotografie in kleine kring gebeurd is.

Wij wanen ons godjes door alle moderne, oersimpele techniek. Elk gezinslid heeft nu een eigen camera, beelden worden als snapshots over en weer gebliept, en photo approval passen we toe door onflatteuze beelden bij te verven of ze snel, snel te dumpen in een virtueel prullenbakje.

Er is geen reden meer om te huiveren of te gillen.

Maar er is ook niks meer om in te plakken, te koesteren.

Zonder nu in misplaatste nostalgie te vervallen: er is wel degelijk iets verloren gegaan.

Een familie is zo tijdelijk.

Zij bloeit op, ontwikkelt codes en gewoonten, beheerst even de leefwereld van haar leden, en dan sterft ze weer uit. Elk groot gezin is een toekomstig empty nest. Foto’s mogen dan niet bijzonder meer zijn, families zijn dat wel. Wie de zijne recht wil doen, doet er daarom goed aan de tijd voor één dag stil te zetten, de hele clan bijeen te roepen en zich groepsgewijs op te stellen voor het oog van één, almachtige camera. Laat ze maar tegensputteren, dat is zo voorbij.

Een mooie foto blijft.